Printen
Exporteren naar e-mail, GPS
Toevoegen aan Mijn Favorieten Route vanaf | naar | via dit adres.
Onbekend art nouveau kunstwerk in wintertuin
| 19-01-2009 Myra prinsen Bezoekers van het Ursulinenklooster in Onze-Lieve-Vrouw-Waver komen meestal speciaal voor de enorme art nouveau koepel van de wintertuin. Maar als ze de tijd nemen voor een uitgebreide rondleiding zien ze daarachter nog een prachtig 19e eeuws meisjesinternaat. Wie zo rond het midden van de 19e eeuw z’n dochter een degelijke opvoeding en uitstekend onderwijs wilde bieden kon prima terecht in België. Op het platteland, waar de lucht – anders dan in veel geïndustrialiseerde steden – nog gezond was groeiden de pensionaten. In Onze-Lieve-Vrouw-Waver, tussen Antwerpen en Brussel, startte in 1841 een groepje van 8 zusters Ursulinen met lesgeven aan de dorpsmeisjes. Omdat ze daarmee niet in hun bestaan konden voorzien, bouwden ze tegelijkertijd een meisjespensionaat uit voor de kinderen van de rijke bourgeoisie. Rond de eeuwwisseling was het een zeer gerespecteerd internaat geworden waar continu zo’n 600 meisjes werden voorbereid op een toekomstig leven in de betere kringen. Tussen de beide wereldoorlogen was het aantal leerlingen zelfs verdubbeld naar 1.200. Prinsen, graven, baronnen, markiezen, ambassadeurs, consuls en andere welgestelden vanuit de hele wereld stuurden hun dochters naar dit pensionaat. Dankzij de uitstekende reputatie kwamen de leerlingen niet alleen uit omliggende landen als Nederland, Frankrijk, Duitsland en Engeland, maar ook uit Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Rusland en de Baltische Staten. Ze kwamen zelfs van overzee: Canada, de Verenigde Staten, Panama en Brazilië. Sommigen meisjes namen op hun 6e jaar hun intrek in het pensionaat en vertrokken er pas als ze 18 waren. Het vervoer was in die tijd nog niet zodanig dat ze in de vakanties op en neer naar huis konden. Maar vaak reisden de ouders toch regelmatig naar Europa, bijvoorbeeld voor de grote wereldtentoonstellingen, en dan brachten ze een paar weken bij hun dochters in Onze-Lieve-Vrouw-Waver door. De Wintertuin was gebouwd als een lounge waar ouders en dochters bij elkaar konden zijn. Een raadselachtige art nouveau koepel De gigantische art nouveau koepel domineert de Wintertuin. Hij bestaat uit 200 m2 glas in lood en behoort daarmee tot de grootste van het land. Aan de ene kant is de opkomende zon boven een bergketen te zien; op de voorgrond ligt een meer met een reiger en irissen langs de oever. Aan de andere kant van de koepel is het avond; de maan laat z’n licht in het water reflecteren terwijl de irissen gesloten en de waterlelies geopend zijn. Het tongewelf, dat is gedecoreerd met zwaluwen en bloemenranken, kleurt het binnenkomende daglicht geel. Mario Baeck, secretaris van de Wintertuin, noemt het bijzonder opmerkelijk dat juist een klooster beschikt over zo’n kunstwerk: “De leidende figuren in de art nouveau waren over het algemeen socialistisch en progressief. Victor Horta was vrijzinnig, en Henry van de Velde was anarchist. In 1900, toen de koepel werd gebouwd, was deze kunststroming nog vrij jong en zo’n grootschalig art nouveau project zou je op dat moment helemaal niet verwachten in een katholiek milieu.” Maar er is nog iets vreemds aan de hand met het enorme kunstwerk. Niemand weet namelijk wie het gemaakt heeft. Noch de architect, noch de glazenier is bekend. De oude administratie van het klooster is bij een brand aan het begin van de eerste wereldoorlog verloren gegaan zodat die gegevens niet meer te achterhalen zijn. Het is deskundigen ook niet gelukt om aan de hand van de gekozen glassoorten, de opbouw van de ramen en de iconografie af te leiden wie er achter zou kunnen zitten. De grote Belgische glazeniers hadden een andere stijl. De koepel sluit volgens Mario Baeck nog het meeste aan bij de Franse naturalistische school. Niet alleen de koepel, maar elk detail in de Wintertuin is bijzonder: de Welkenraedt tegelvoer, de bloemvormige lampjes, de piëdestals, de Majolica fontein van Villeroy & Boch uit Dresden met daaromheen de 4 bijbelse borstbeelden (van Sara, Rachel, Ruth en Rebecca), de kurktronken die samen de families wat privacy boden in de grote ruimte, en de Zweedse stoeltjes met bloemmotieven op de zitting. Als meisje van stand mocht je overigens de houten knobbeltjes van die stoelen niet in je rug voelen, want dan zat je niet netjes rechtop. Een modern meisjesinternaat Onze-Lieve-Vrouw-Waver was altijd een modern internaat. Modern van geest en modern qua inrichting. Modern van geest omdat ze het bijvoorbeeld als eerste katholieke instelling in het land voor elkaar kreeg dat de meisjes er officieel klassieke talen mochten leren zodat ze daarna door konden naar de universiteit. De zusters wisten heel goed wat er speelde in de wereld; in de Empire gang naar de refters hebben ze zelfs, een beetje ondeugend, vazen neergezet van mondaine engeltjes met vrouwelijke vormen, blote kuiten en een Charleston kapsel. Het was ook modern qua inrichting. Al heel vroeg beschikte het pensionaat over centrale buizenverwarming, elektrisch licht, stromend water (afkomstig uit 2 eigen watertorens), een badkelder met marmeren ligbaden, en een eigen was- en strijkinrichting. Omdat het een opvoedingsinstituut was waar men wat moest leren, hadden de zusters ook goed nagedacht over de decoraties in de ruimten. In de gang rondom de Wintertuin – die met z’n zitjes de sfeer heeft van een Grand Café uit Parijs – zijn de Belgische provincies afgebeeld zodat de buitenlandse gasten iets konden zien van het land waar ze waren. De Alpenzaal, waar de meisjes ’s avonds muziekvoorstellingen mochten geven voor de bezoekers, toont schildering van de Alpenspitsen; in die tijd een populaire kuurbestemming waar de lucht – net als in Sint-Katelijne-Waver – nog gezond was. In de refter voor de jongste meisjes zijn de fabels van Jean de la Fontaine op de muren aangebracht, en in een andere refter zijn de voedingsmiddelen en hun plaats van herkomst te zien. Het moest allemaal prikkelend en informatief zijn. Heel bijzonder is de pianogalerij die ook in de rondleiding is opgenomen. Als welopgevoede vrouw werd je geacht in de salon een klein thuisconcert te kunnen geven wanneer de man des huizes gasten ontving. Ongeveer de helft van de meisjes in het internaat studeerde cello of viool en de andere helft koos voor piano. Aangezien er oefenruimte nodig was lieten de zusters een gang inrichten als pianogalerij. De meisjes konden zich met hun muziekstukken in één van de 40 kamertjes, allemaal genoemd naar beroemde componisten, installeren om daar piano te spelen. Een lichte huiskapel Omdat het een katholieke instelling was, brachten de bewoonsters van het pensionaat heel wat tijd door in de huiskapel, die de omvang heeft van een behoorlijke kerk. Ook over de inrichting van de gebedsruimte hadden de zusters nagedacht. Qua kleur hebben ze het interieur heel licht gehouden, met grote glas in lood ramen die veel daglicht binnenlaten. En onder de kerkbanken lieten ze een houten vloer leggen, wat veel aangenamer aanvoelt voor de voeten dan de tegels die in de looppaden liggen. Opmerkelijk is dat de kerststal het hele jaar in de kerk staat: de grote marmeren stal is zo zwaar dat hij al sinds jaren niet meer wordt verplaatst. Elders in het klooster is overigens ook nog een prachtige renaissance kapel te zien, waar de zusters tot in de jaren ’80 hun kapittelvergaderingen hielden. Tegenwoordig wonen er nog 60 zusters in het klooster. Het enorme complex is verder onder de naam Sint-Ursula Instituut in gebruik als secundaire school (voortgezet onderwijs) voor zo’n 1.750 jongens en meisjes uit de wijde omgeving. Omdat er vanaf 1955 alleen nog maar onderwijs in het Vlaams gegeven mocht worden, verloor het pensionaat z’n internationale functie en in 1985 werd het stopgezet. Rondleidingen worden gegeven op de derde zondagmiddag van de maand en op afspraak. Vooraf reserveren is altijd noodzakelijk. Ursulinenklooster en Wintertuin Bosstraat 9 2861 Onze-Lieve-Vrouw-Waver tel: +32 (0)15 757728 |
