Printen
Exporteren naar e-mail, GPS
Toevoegen aan Mijn Favorieten Route vanaf | naar | via dit adres.
De Gentse begijnhofjes
| 02-03-2009 Myra Prinsen Gent heeft maar liefst drie begijnhoven en ze behoren alle drie tot het Unesco werelderfgoed. Er zijn onderlinge verwantschappen, maar toch verschillen ze qua karakter. Slechts één van hen biedt toeristen de mogelijkheid om er te overnachten. ![]() © Myra Prinsen De eerste Gentse begijnhoven werden gevormd in de 13e eeuw. Ze boden alleenstaande vrouwen beschutting, mits ze bereid waren tot een leven van ‘kerken en werken’. De dames werden geacht om de geloftes van kuisheid en van geloof af te leggen, maar de gelofte van armoede was niet verplicht. Ze mochten dus onbeperkt bezittingen hebben. Begijnen voorzagen in hun eigen levensonderhoud; in Gent deden ze vooral aan handwerken en linnen bleken. Ook hadden ze een sociale functie en hielpen ze bijvoorbeeld bij de verzorging van zieken. Verder moesten ze deelnemen aan het religieuze leven binnen de muren van het begijnhof. Ook als ze zelf zieken waren mochten ze de dagelijkse missen niet overslaan: aan de ziekenzaal, de infirmerie, grensde steevast een kapel zodat iedereen de diensten kon volgen. ![]() © Myra Prinsen Het Oud Begijnhof Het Oud Begijnhof Sint-Elisabeth was het eerste begijnhof in Gent. Een gravin stelde halverwege de 13e eeuw een stuk grond beschikbaar aan een groepje godsvruchtige vrouwen. Daar werd een ommuurd ministadje gesticht met 18 conventen en 103 begijnhuizen. Er was woonruimte voor zo’n 600 vrouwen. De huizen die er nu nog staan zijn overigens niet meer origineel 13e eeuws: de meeste zijn rond de 17e eeuw herbouwd. Tijdens het antiklerikale bewind aan het einde van de 19e eeuw eigende de Belgische staat zich de begijnhoven toe. De begijnen moesten in veel gevallen meer belasting gaan betalen dan ze konden opbrengen en werden zo min of meer uit hun huizen verdreven. Het Oud Begijnhof Sint-Elisabeth heeft, na het vertrek van de vrouwen, haar oorspronkelijke karakter een beetje verloren. Tegenwoordig is het opgegaan in het historische stadscentrum van Gent: er lopen wegen doorheen en de toegangspoorten zijn verdwenen. Ook de huizen zelf zijn hun beslotenheid kwijtgeraakt doordat de tuinmuren en de poorten zijn afgebroken. Alleen in de Provenierstersstraat worden de conventen en de begijnhuizen met hun voorhof nog steeds door een muur afgescheiden van de straat. Op elke toegangspoort is een andere naam geschilderd want hier draagt ieder huis, net als in de twee andere begijnhoven, de naam van een heilige. Overnachten in Huize Sint Joanna![]() Sinds enkele maanden is het mogelijk om in het Oud Begijnhof Sint-Elisabeth te overnachten. Geertrui Moerman kocht samen met haar echtgenoot een begijnhuis in de Provenierstersstraat, de meest authentieke straat van dit begijnhof. Hun huis is ooit vernoemd naar Sint Joanna. In de voorhof van Huize Sint Joanna staat een klein wit bijgebouwtje en dat hebben ze ingericht als vakantiewoning voor twee personen. Het is een knus huisje met een eigen keukentje en een eigen terrasje. En dat op een unieke historische locatie. ![]() © Myra Prinsen Het Klein BegijnhofDe beide andere begijnhoven in Gent hebben hun stille en besloten karakter nog wel behouden. Ze zijn volledig ommuurd en bij de toegangspoorten wordt bezoekers verzocht om de rust en de stilte te respecteren. ’s Avonds tegen tien of elf uur gaan de poorten dicht om pas ’s ochtends tegen zessen weer open te gaan. Het meest kleurrijk is ongetwijfeld het middeleeuwse Klein Begijnhof O.L.V. Ter Hoyen. Dit werd kort na het Oud Begijnhof gesticht op hooivelden die eveneens door een gravin beschikbaar waren gesteld. Het is een combinatie van een pleinbegijnhof en een straatbegijnhof: er staan zowel begijnhuizen rondom het centrale plein met de kerk als in de achterliggende straatjes. Het Klein Begijnhof wordt momenteel volledig gerestaureerd; een project dat vele jaren duurt, maar waarvan de eerste resultaten al zichtbaar zijn. Een deel van de huizen is opgeknapt en heeft z’n oorspronkelijke witte of ossenbloedrode kleur teruggekregen. In een straatje achter het centrale plein staat, een beetje achteraf, het huis waar vroeger de grootjuffer (de directrice van het begijnhof) woonde. Zo’n grootjuffer werd door de begijnen zelf gekozen en het was doorgaans de ‘meest straffe madam’ uit de gemeenschap. Het huis moet nog gerenoveerd worden en er zijn voorzichtige plannen om daar na de werkzaamheden een kleine expositieruimte van te maken. Bij overlijden van de begijnen vervielen hun bezittingen aan het begijnhof en een aantal waardevolle erfstukken van voormalige bewoonsters is bewaard gebleven. Het huis van de grootjuffer staat vlakbij de kapel van de Heilige Godelieve. Volgens de legende werd Godelieve door haar schoonfamilie gewurgd en in een put gegooid omdat ze haar man kinderloos liet. Sindsdien is deze put, in het plaatsje Gistel, een bedevaartsoord omdat het water uit de put genezing zou bieden bij keel- en oogklachten. Het genezende water uit Gistel werd echter ook in de Gentse kapel van de Heilige Godelieve verkocht. ![]() © Foto met dank aan de Dienst Toerisme Gent Het Groot BegijnhofHet Groot Begijnhof kent een andere ontstaansgeschiedenis. Het is pas in de 19e eeuw gesticht dankzij een weldoener in de persoon van hertog Engelberg van Arenberg. Op deze locatie bood hij de begijnen die door de belastingheffing werden verdreven uit het Oud Begijnhof een nieuw onderkomen aan. Het neogotische Groot Begijnhof is in een tijdsbestek van slechts twee jaar gebouwd. Hier geen kleurrijke witte of ossenbloedrode huizen. De fraaie bakstenen gevels zijn niet beschilderd. Net als in beide andere begijnhoven ogen de huizen behoorlijk groot: ze hebben twee en vaak wel drie verdiepingen. Binnen hebben de huizen hoge plafonds en grote ramen die zoveel mogelijk daglicht binnenlaten. De conventen zijn wat groter dan de begijnhuizen en laten zich vanaf de straat makkelijk herkennen aan de iets hogere opbouw boven de toegangspoorten. Bij binnenkomst in een begijnhof moest een vrouw eerst een aantal jaren het convent in zodat ze kon leren hoe ze een goede begijn werd. Hoewel ze met meerdere dames in één convent woonden gingen ze toch hun eigen weg. Ze hadden bijvoorbeeld allemaal eigen pannetjes en kookten alleen voor zichzelf. Om te verbergen dat de een misschien wat meer geld had dan de ander mochten ze van elkaar niet zien wat ze aten. In een officiële ceremonie werd een novice na een aantal jaren uiteindelijk een begijn. Als ze voldoende middelen had kon ze zelf een huis kopen of huren en anders bleef ze in het convent. Tot in de jaren ’80 woonden er nog begijnen in de Gentse begijnhoven. Hoewel ze tot het Unesco werelderfgoed behoren, worden de drie begijnhoven in Gent niet overspoeld door toeristen. Toch zijn ze overdag voor iedereen vrij toegankelijk. Ze liggen op enkele kilometers afstand van elkaar; het is te doen om van het ene begijnhof naar het andere te lopen, maar met de bus of de tram kan natuurlijk ook. Of met de fiets: de fietsroute Stedelijk Religieus Erfgoed, die door de Dienst Toerisme wordt aangeboden, doet twee van de drie begijnhoven aan en verwijst naar het derde. Overigens zijn de kerken en de kapellen zijn niet altijd open. Oud Begijnhof Sint-Elisabeth Begijnhofdries Gent Huize Sint Joanna Provenierstersstraat 27 9000 Gent Tel. +32 (0)55 496607 Klein Begijnhof O.L.V. ter Hoyen Lange Violettestraat 205 Gent Groot Begijnhof Engelbert Van Arenbergstraat / Jan Roomsstraat Gent / Sint-Amandsberg Dienst Toerisme Gent Lakenhalle/Belfort Botermarkt 17A 9000 Gent Tel. +32 (0)9 2665660 Gidsenbond (themarondleidingen door Gent) Tel. +32 (0)9 2330772 |





