Printen
Exporteren naar e-mail, GPS
Toevoegen aan Mijn Favorieten Route vanaf | naar | via dit adres.
Aan boord van een VOC schip
| 22-09-2009 Myra Prinsen De glorieuze VOC-handelsschepen uit de gouden eeuw zijn allemaal al eeuwen vergaan, maar in Lelystad is een nieuw schip op ware grootte gereconstrueerd. Een tweede er nog in de steigers: het wordt een admiraliteitsschip uit de tweede helft van de 17e eeuw. ![]() © Bataviawerf De korte geschiedenis van de Batavia spreekt tot de verbeelding. Dit VOC-schip verging al tijdens z’n eerste vaart in 1629. De reis mondde voor de Australische kust uit in een drama met schipbreuk, muiterij en massamoord. Het is dus niet verwonderlijk dat juist de Batavia werd nagebouwd. Rampspoed bleef overigens ook de nieuwe Batavia niet bespaard: in 2008 gingen de kostbare handgemaakte zeilen verloren bij een brand. De reconstructie van de Batavia startte in 1985 en meer dan 1100 mensen hebben aan dit project meegewerkt. Er is veel historisch onderzoek aan vooraf gegaan want alles moest kloppen en zo authentiek mogelijk zijn. Dat geldt ook voor het nog in aanbouw zijnde admiraliteitsschip De 7 Provinciën uit 1665; eveneens een roemrijk zeevaartuig uit de Gouden eeuw. Naast een handelsnatie was Nederland in de 17e eeuw ook een indrukwekkende zeemacht. De 7 Provinciën werd vooral ingezet om de handelsconflicten met Engeland uit te vechten. Het was een robuust schip met 2 geschutsdekken en 80 bronzen kanonnen dat zo’n 30 jaar dienst heeft gedaan op zee. De zeeheld Admiraal Michiel de Ruiter was de eerste commandant van De 7 Provinciën. Op de werf in Lelystad is het geraamte van de replica al zichtbaar. BouwwerfPubliek is van harte welkom op de bouwsteigers van De 7 Provinciën en aan boord van de Batavia (die achter de werf in het Markermeer ligt). Belangstellenden mogen de 56 meter lange Oost-Indiëvaarder tot in de kleinste hoeken en gaten verkennen: de verschillende dekken, de kajuit voor de Commandeur en de hoogste bemanningsleden, en de piepkleine kombuis waar voor meer dan 300 bemanningsleden en passagiers werd gekookt.![]() © Bataviawerf Verder kunnen bezoekers een kijkje nemen in de ateliers. De bouw van de schepen is puur ambachtswerk. Daarom heeft de werf onder andere een eigen smederij, een beeldsnijdersatelier, een tuighuis en een zeilmakerij. Vooral door de week is er veel bedrijvigheid: via stages en werkervaringsplaatsen dragen leermeesters dan hun kennis over aan jongeren. In de weekenden zijn het met name de vrijwilligers die op de werf werken. De smeden leveren de spijkers, de nagels en alle hang- en sluitwerk. Het wapentuig – zwaarden, messen, dolken en pieken – komt eveneens uit de eigen smederij. Niet alleen de oorlogsschepen, maar ook de koopvaardijschepen waren in de gouden eeuw zwaar bewapend. De kostbare vracht moest immers tegen piraten en vijandige schepen worden beschermd. In het beeldsnijdersatelier worden de decoraties van het schip gesneden: de reders waren in de 17e eeuw trots op hun schepen en versierden die rijkelijk met beelden. De Nederlandse leeuw was het meest gangbare boegbeeld; hij prijkt ook al op De 7 Provinciën. Daarnaast krijgt dit oorlogsschip nog eens zo’n 400 andere beeldsnijwerken waarvan een deel al in het atelier klaarstaat. Het zal nog wel een aantal jaren duren voordat het te water kan worden gelaten. Desondanks zijn er al voorzichtige plannen voor een volgend project. Misschien wordt het wel een 17e eeuws fluitschip; een karakteristiek Nederlands ontwerp voor de handel op de Oostzee. Daarmee konden de handelaars met een minimaal dek een maximale hoeveelheid vracht vervoeren. Er moest immers belasting worden betaald over het dekoppervlak. |


